Laboratorium onderzoekLab-1

Een groot deel van de laboratoriumonderzoeken kunnen we zelf op de praktijk uitvoeren. Zo kunnen we in korte tijd al veel informatie over uw dier verkrijgen. Voor onderzoeken waar we de apparatuur niet voor hebben, sturen we het materiaal op naar gespecialiseerde laboratoria. Denk hierbij aan pathologie, microbiologie of minder voorkomende bloedonderzoeken. Verder hebben we goed contact met een aantal veterinaire specialisten , waarmee we kunnen overleggen indien nodig.

Op de praktijk kunnen we de volgende laboratoriumonderzoeken uitvoeren:

Bloedonderzoek:
We beschikken over verschillende bloedanalyse-apparaten waardoor we enerzijds de hematologie (bloedcellen, bijvoorbeeld ontstekingscellen) en anderzijds de klinische chemie en elektrolyten kunnen bepalen. Hierdoor krijgen we een idee over het functioneren van verschillende organen (lever, nieren, alvleesklier, schildklier enz) en of er bij uw zieke dier mogelijk een ontsteking een rol speelt. Deze onderzoeken worden gebruikt om een diagnose te kunnen stellen en ook om het verloop van het herstel of de werking van medicatie te evalueren. Hiernaast zijn er nog de zgn ‘snaptesten’, daarbij testen we op specifieke ziektes, zoals bijvoorbeeld leukemie bij de kat.

Bloedafname bij de hond gebeurt meestal uit een bloedvat van de voorpoot. De poot wordt hierbij een stukje geschoren, ontsmet en met een spuitje met dunne naald nemen we dan een klein beetje bloed af.

Bij katten nemen we bloed af uit de hals of uit de voorpoot. Het is hiervoor bijna nooit nodig om de kat een roesje te geven. Door rustig en vriendelijk te werken (‘cat friendly’) lukt het bijna altijd zonder problemen.

Ook bij konijnen kunnen we bloedonderzoek doen. Meestal nemen we bloed af uit het voorpootje.

Urineonderzoek:
Ook uit urineonderzoek kunnen we waardevolle informatie over uw dier halen.

Er wordt onder andere gekeken naar het soortelijk gewicht (de concentratie of dichtheid) van de urine, of er bloed in zit, eiwitten, en naar de Ph (zuurgraad). Als er aanleiding toe is dan wordt de urine afgedraaid om het sediment te onderzoeken op kristallen (blaasgruis).

Urine is bij honden vaak goed te verzamelen met behulp van een pollepel; voor katten hebben we speciale korrels die geen vocht opnemen. Als u deze in de (goed schoongemaakte) kattenbak doet heeft uw kat nog iets om in te graven en zal het in de regel geen probleem vinden om dan te plassen. De urine is met een spuitje makkelijk op te zuigen. Het liefste bekijken we de urine binnen 12 uur nadat de urine is opgevangen.

Wordt uw dier van een bacteriële blaasontsteking of een nierbekken ontsteking verdacht dan is in sommige gevallen een urinekweek aan te raden. Hiervoor moet steriele urine worden gebruikt welke door middel van een blaaspunctie wordt verzameld. Dit klinkt erg vervelend maar wordt in het algemeen zeer goed ondergaan. Naar aanleiding van deze kweek kan heel gericht een antibioticum therapie worden ingezet.

Microscopisch onderzoek:
Onder de microscoop onderzoeken we vooral ontlasting, sediment van de urine en cellen verkregen door afdrukken of afkrabsel van de huid, punctie van bijvoorbeeld een bultje, of een swab uit het oor.

Ontlasting bekijken we op het voorkomen van wormeieren of andere  parasieten (bijvoorbeeld Giardia). In de urine zoeken we naar blaasgruis of ontstekingscellen, en bij het onderzoek van cel- en weefselpreparaten zijn we vooral op zoek naar welk type cel er precies aanwezig is, omdat dat waardevolle informatie geeft over de oorzaak.

Schimmeltesten:
Bij verdenking van een schimmelinfectie van de huid zetten we een schimmelkweek in: we gaan dan met een tandenborstel een paar keer over de verdachte plek, en zetten deze vervolgens op een voedingsbodem voor schimmels. Na maximaal een week is dan met redelijke zekerheid te zeggen of er sprake is van een schimmelinfectie, of dat de huidaandoening toch een andere oorzaak heeft. We kunnen het monster ook opsturen naar een laboratorium, vooral als we precies willen weten welke schimmel een rol speelt.